Op weg naar een circulaire (bouw)economie

Gepubliceerd op: 30-06-2017

LIAG denkt mee in transitieteam Circulaire Bouw. Input vanuit dit team is verwerkt in een zeer inspirerende presentatie die Prof. ir. Elphi Nelissen onlangs heeft gehouden over de Circulaire Bouweconomie.

Transitieagenda's: op weg naar een circulaire economie
In het Rijksbrede programma Nederland Circulair in 2050 dat het kabinet in september 2016 heeft gelanceerd, zijn vijf sectoren/ketens aangewezen. Met deze groepen kunnen en willen we grote stappen zetten op weg naar een circulaire economie: Biomassa en voedsel, Kunststoffen, Maakindustrie, Bouw en Consumptiegoederen.

Transitieteam Circulaire Bouw
Voor elk van de hierboven genoemde ketens/sectoren is een zogenaamd transitieteam samengesteld. Dit team bestaat uit vertegenwoordigers van verschillende partijen die het Grondstoffenakkoord hebben ondertekend.

Prof.ir. Elphi Nelissen (hoogleraar Building Sustainability) is voorzitter van het Transitieteam Circulaire Bouw en in die rol mede verantwoordelijk voor het formuleren van de Transitieagenda. Onze architect Thomas Bögl is gevraagd om deel te nemen aan dit transitieteam en samen mee te denken aan het gezamenlijk doel dat de kwaliteit van leven in onze gebouwde omgeving ook in 2050 mogelijk en betaalbaar blijft, zonder onze aarde verder uit te putten!

Er is een grote noodzaak voor verandering door de eisen die wij aan onze planeet stellen. De bouw in Nederland is verantwoordelijk voor 50% van het grondstoffenverbruik: een transitie naar circulair gebruik van deze grondstoffen heeft daarmee grote impact.

Onze kwaliteit van leven wordt sterk beïnvloed door de gebouwde omgeving. De transitie naar Circulaire Bouw is tevens een van de onderwerpen binnen de Bouwagenda. Onderwerpen als digitalisering, duurzaamheid, circulariteit, kennisontwikkeling, inclusieve samenleving, nieuwe aanbestedingsvorm, andere bouwtypologieën met nieuwe zorgvormen zijn daarbij basis en zullen de bouwinnovatie versnellen, samen met andere aanpalende sectoren. De versnelling vraagt om een integrale aanpak met opschaling, waardoor de programma's betaalbaar kunnen blijven (dus goedkoper dan nu), en kwaliteitsborging.