Bedrijfsschool van Philips, Eindhoven (1929)

Gepubliceerd op: 08-06-2018

In 2019 bestaat LIAG 100 jaar! Het ontwerpen van gezonde, flexibel indeelbare en toekomstbestendige gebouwen door LIAG is van alle tijden. Toch staan we bij dit moment stil... Hoe? Elke maand zetten wij een (beeld)bepalend project uit ons verleden in de spotlights. Deze maand hebben we gekozen voor de Bedrijfsschool van Philips in Eindhoven.


Bedrijfsschool van Philips

Eindhoven

In de hoogtijdagen van Philips verrezen niet alleen fabrieksgebouwen in Eindhoven, maar ook scholen voor (aanstaande) medewerkers, hun vrouwen en kinderen. Philips stond als een vooruitstrevende werkgever bekend; zo hadden ze vanaf de jaren 1920 een afdeling Onderwijs en Volksontwikkeling, die zich bezighield met onder andere de zorg voor educatie. Het afdelingshoofd stelde namelijk: “De arbeider moet weten waarom de werkgever zich voor zijn wel en wee interesseert. Het feit dat ook de onderneming er wel bij vaart doet aan het sociale karakter niets af. Geen camouflage dus, maar openlijke erkenning, dat het in het belang van beide partijen is.” De stuwende kracht achter dit beleid was de vrouw van de directeur, Anton Philips.

‘de nieuwe groote onderwijsinstelling: een bron van ontwikkeling en licht’
In het Philipsdorp was eerder al een kleuterschool, een lagere school en een huishoudschool geopend. Een gebouw voor het opleiden van technisch, commercieel en administratief personeel ontbrak nog. Op het terrein van Philips verrees zodoende in 1929 de eerste bedrijfsschool van Nederland; voor bijna 4.000 leerlingen, van drie jaar tot in de vijftig. Bij de opening van deze onderwijsinstelling – het eerste ontwerp voor een schoolgebouw van Dirk Roosenburg – sprak Anton Philips, in aanwezigheid van de Minister van Arbeid, de volgende woorden: “Wij hopen, dat dit gebouw voor ons bedrijf zal worden een bron van ontwikkeling en licht, tot voorspoed van onze onderneming en tot voorspoed van hen, die dit gebouw zullen verlaten als nuttige menschen voor de Maatschappij.”

Het onderwijsaanbod was divers en het aantal ruimten uiteenlopend. Naast werkplaatsen en laboratoria waren in dit gebouw verschillende lesvertrekken gesitueerd. Zo werden in gezellige kleine klaslokalen, waar de leerlingen in een kring op ‘schrijfstoelen’ zaten (een fenomeen dat was overgewaaid uit Amerika), de lessen in vreemde talen gegeven. Ook was een grote speelplaats aanwezig: Lichamelijke opvoeding was immers een belangrijk onderdeel van het onderwijsprogramma; een gezonde geest in een gezond lichaam was een belangrijk uitgangspunt.
Zwarte schoolborden ontbraken in de bedrijfsschool. De wanden waren deels voorzien van panelen bekleed met donkergroen linoleum, die met wit krijt te beschrijven waren. Deze kleur – door Le Corbusier in 1920 l’esprit nouveau genoemd –  gebruikte Dirk Roosenburg regelmatig, met name vanwege de heilzame werking ervan (en andere natuurlijke kleuren) op de leerling. Het licht in het gebouw had eveneens een positieve invloed op het welzijn en de productiviteit. Overdag kwam door grote raampartijen een overvloed aan daglicht binnen, in de avond werden de lokalen rijk verlicht door het kunstlicht van Philips.

“Na de eeuw van technische vindingen, moet de industrie de mensch ontdekken als den belangrijkste factor in ’t bedrijfsleven van de komende eeuw."

In het slotwoord op de openingsdag sprak de directeur van Philips de hoop uit dat het nieuwe gebouw het gevoel van saamhorigheid zou versterken. Bijna negentig jaar later had deze wens eveneens uitgesproken kunnen worden bij de opening van het Frits Philips lyceum-mavo in Eindhoven van LIAG. De overeenkomsten gaan verder dan de naam van de school, het gebruik van Philips-blauw en de toepassing van LED-verlichting. Kleinschaligheid was het uitgangspunt.


Eerdere projecten
De Lichttoren (Philips), Eindhoven (1919-1920)
Villa Windekind, Den Haag (1927-1928)